Het project bestaat uit 2 verschillende fases die uitgebreid voorbereid en professioneel uitgevoerd werden met als hoofdpijlers screening en begeleiding/opvolging. Gedurende regelmatige opvolgmomenten werden deze verschillende fases van heel nabij opgevolgd en bijgestuurd vanuit de voortdurende evaluatie van het project.  Afhankelijk van de fase waarin het project zich bevond, werden de belanghebbende betrokkenen of ervaringsdeskundigen mee uitgenodigd voor het opvolgmoment.

    Meer specifiek kan men volgende zaken onderscheiden:

  1. 2 FASES v/h PROJECT
    1.  SCREENING
      1. Leerling
      2. Mentor
      3. Didactisch materiaal
    2. BEGELEIDING / OPVOLGING VAN HET TRAJECT DUAAL LEREN
      1. Bezoeken op de werkplek
      2. Evaluatie wisselwerking tussen school en werkplek
      3. Opvolging status jaarkalender
      4. Zelfstudie / E-learning
      5. Registraties
  2. EVALUATIE VAN HET PROJECT
    1. Voor de start van het project
    2. Tijdens het project
    3. Na afloop van de werkplekblokken
    4. Einde van het schooljaar

Voor elk van deze stappen hebben we de verantwoordelijkheden / taken vastgelegd in een RACI Matrix:

Verklaring van de gebruikte Terminologie:

1. Algemeen

R (Responsible): Diegene die verantwoordelijk is voor de uitvoering.  Verantwoording wordt afgelegd aan de persoon die “accountable” is
A (Accountable): Diegene die (eind)verantwoordelijk bevoegd is en goedkeuring geeft aan het resultaat.  Als het erom gaat, moet hij/zij het eindoordeel kunnen vellen. Er is in sé slechts één persoon Accountable.
C (Consulted)v Deze persoon geeft (mede) richting aan het resultaat; hij/zij wordt voorafgaand aan beslissingen of acties (verplicht) geraadpleegd.  Dit is tweerichtingscommunicatie.
I (Informed): Iemand die geïnformeerd wordt over de beslissingen, over de voortgang, bereikte resultaten enz.  Dit is eenrichtingscommunicatie

2. Binnen de werkplek

Begeleider: is iedere medewerker die zijn/haar specifieke expertise op de werkvloer overbrengt aan de leerlingen.  Dit kan gaan van een Labo medewerker, over een productie ingenieur, maar is meestal een productiemedewerker (bv. Chemische procesoperator, onderhoudsmechanieker…).  Hij/zij geeft input aan de mentor over het functioneren van de leerling m.b.t. de aangeleerde competentie(s).
Mentor: is de medewerker die het individuele duale leertraject van de leerlingen op de werkvloer plant, organiseert en de uitvoering ervan opvolgt.  Hij begeleidt en evalueert de leerling en is aanspreekpunt voor de leerkrachten en begeleiders.  Hij kan de leerling ook specifieke competenties aanleren.
Coördinator duaal leren: volgen de globale uitvoering van het duale leertraject op voor alle leerlingen in het bedrijf.  Zij hebben het globaal overzicht over wat er gebeurt rond duaal leren in het bedrijf en zijn het aanspreekpunt voor de directie van het bedrijf en de school.
Directie werkplek: in de brede betekenis, omvat tevens de HR-afdeling

3. Binnen de school

Leerkracht duaal: Deze leerkracht leidt de leerling op voor de specifieke vakken van CPT.
Trajectbegeleider duaal (in de matrix afgekort als “TB”): is diegene die het individuele duale leertraject van de leerlingen plant, organiseert en de uitvoering ervan opvolgt.  Hij begeleidt de leerling en is het aanspreekpunt voor de leraren, begeleiders en mentoren voor relevante zaken binnen het duale traject.
Coördinator duaal school: plant, organiseert en volgt de globale uitvoering van het duale leertraject op voor alle leerlingen.  Hij heeft het globaal overzicht over wat er gebeurt rond duaal leren in de school.  Hij is het aanspreekpunt voor de directie en leraren van de school en voor het bedrijf.
Directie school: term spreekt voor zich.

RACI Matrix

    Met behulp van tussentijdse evaluaties en beoordelingen, wilden wij komen tot conclusies over de volgende vraagstellingen:

  • Wat maakt van iemand een geschikte leerling/mentor binnen het concept van duaal leren. Wat zijn de profielen waaraan zij best beantwoorden? 
  • Welke selectieprocedure biedt het meeste kans op een succesvolle keuze van deze profielen voor leerling / mentor? 
  • Welk proces kunnen we definiëren zodat bepaald kan worden welke theoretische leerobjectieven zullen aangeleerd worden in school / op de werkplek/ via zelfstudie en dit tijdig bespreken met leerling en mentor zodat zij beiden zich hier optimaal op kunnen voorbereiden.
  • Hoe evalueren we de evolutie van theoretische kennis van studenten in het duale traject met deze van het klassieke traject zodat we zeker stellen dat beiden de nodige leerobjectieven aangeleerd krijgen?
  • Moeten er, en indien ja welke, items door de mentor geëvalueerd te worden? 
  • Wat zijn de voor- en nadelen van het duaal leertraject en hoe voorkomen we de valkuilen? 
  • Algemeen: wat zijn de verschillende stappen die in een dergelijk traject doorlopen worden en hoe kan men best die verschillende stappen doorlopen?

In het tabblad “Onderzoek ESF” werden deze vragen besproken en hebben we getracht hier zo duidelijke mogelijke antwoorden op te formuleren.